Faalangst bij jongeren

Hoe vaak hoor je het niet in een rapportvergadering: “Peter doet helemaal niets meer. Geen wonder dat zijn cijfers achteruit hollen. Hij moet eerst maar weer eens aan het werk gaan.” Peter heeft faalangst. Hij werkte jarenlang heel hard voor school en zijn ouders legden de lat hoog. Plotseling – hij kreeg een andere docent wiskunde – viel een toets tegen en haalde hij zijn eerste onvoldoende. De twijfel sloeg toe: “kan ik het wel?”
Bij de tweede toets was de spanning nog groter, bij de eerste vraag ging het al mis en de kiem voor faalangst was gelegd. Na een aantal diep onvoldoende toetsen gaf Peter het op: waarom zou hij nog werken? Het leverde toch niets op. Maar aan wie kon hij het kwijt? Zijn ouders bleven hem pushen om vooral hard te blijven werken en zijn leraren begonnen hem lui te noemen. Frustratie een: slechte cijfers. Frustratie twee: niet begrepen worden. Frustratie drie: “misschien was hij niet slim genoeg…?”

Sommige leerlingen blijven knokken maar gaan zich steeds ongelukkiger voelen. Ze krijgen allerlei lichamelijke klachten, worden schoolziek of willen op een gegeven moment helemaal niet meer naar school. Maar zover hoeft het niet te komen. Er bestaat faalangsttherapie.

De LEFGASTEN methode richt zich vanwege de cognitieve aanpak op kinderen vanaf 11 a 12 jaar (groep 8 van de basisschool) tot ongeveer 18 jaar (eindexamenleerlingen van de middelbare school). In het boek wordt aandacht besteed aan de Cito-toets, aan alle stress en blokkades op de middelbare school en uiteraard aan het eindexamen.

Ga voor informatie over trainingen naar faalangsttrainingen voor jongeren.

TERUG